Een vraag stellen

Gasflessenopslag volgens VLAREM II-wetgeving

opslag van gasflessen volgens de normen - gasflessenopslag
 

Opslag gasflessen wetgeving:

In VLAREM II wordt de opslag van gassen in vaste houder en verplaatsbare recipiënten (gasflessen, spuitbussen) uitgebreid omschreven onder hoofdstuk 5.17 en meer specifiek Afdeling 5.17.3.2 "Opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten"

Wat moet ik weten over de opslag van gasflessen?

Gasflessen slaat u best op in een opslagplaats die specifiek voor gasflessen bestemd is.

De wetgeving omschrijft dergelijke opslagplaatsen als open opslagplaatsen.

Een alternatief is een gesloten opslagplaats maar dan gaat het eerder om bouwkundige constructies die aan strengere eisen moeten voldoen. Een gesloten opslagplaats komt dus minder voor.

De samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen worden ingedeeld in 4 groepen, gebaseerd op hun hoofdkenmerk. De VLAREM II- wetgeving refereert steeds naar die groepen. Het is dus belangrijk ook deze te inventariseren naar type en groep waartoe ze behoren.

 

Bekijk onze catalogus online

 Download de brochure in PDF

Groepindeling van de gassen:

Opslag van gasflessen
  1. Ontvlambare gassen, omvattende:
    • a) gassen die alleen ontvlambaar zijn (F): bv. acethyleen, propaan, butaan
    • b) ontvlambare giftige (F en T) of ontvlambare schadelijke gassen (F en Xn): bv. koolstofmonoxide (CO), ethyleenoxide (EO)
    • c) ontvlambare zeer giftige gassen (F en T+): bv. arsine, fosfine
  2. Giftige gassen, omvattende:
    • a) gassen die alleen giftig (T) of schadelijk (Xn) zijn: bv. ammoniak
    • b) gassen die alleen zeer giftig (T+) zijn: bv. fosgeen
  3. Oxiderende gassen, omvattende:
    • a) gassen die alleen oxiderend zijn (O): bv. zuurstof, lachgas
    • b) gassen die ofwel zowel oxiderend als giftig zijn (O en T) ofwel zowel oxiderend en zeer giftig zijn (O en T+): bv. chloor, fluor, stikstofdioxide,..
  4. Andere niet in sub 1° tot en met sub 3° bedoelde gassen: bv. argon, stikstof, helium, krypton, koolstofdioxide (CO²)
In een opslagplaats moet elke groep een aparte zone hebben, rekening houdend met de afstanden die tussen deze groepen gerespecteerd moeten worden.

 

Inrichting opslagplaatsen voor gasflessen

  • Als er in een opslagplaats gasflessen uit verschillende gevaargroepen worden gestockeerd, dan dient die opslagplaats verdeeld te worden in verschillende opslagzones, waarbij in elke zone enkel de gassen uit dezelfde gevaargroep mogen worden opgeslagen. Tussen die verschillende opslagzones moeten de min. afstanden hieronder weergegeven in de afstandstabel(len) worden gerespecteerd.
  • Als de minimumafstand tussen de groepen gassen nul bedraagt (zie afstandstabel) dan mogen deze gassen in eenzelfde opslagzone samen staan.
  • De verschillende opslagzones worden aangegeven door wanden, markeringen op de grond, kettingen of vaste afbakeningen op 1m hoogte.


Indien men de veiligheidsafstanden t.o.v. andere gebouwen/opslagplaatsen wil verminderen, kan men een gedeelte van de wanden als veiligheidsscherm uitvoeren.

opslag gasflessen volgens VLAREM II

Veelgestelde vragen i.v.m. opslag van gasflessen