Gasflessen mogen niet gelijk waar opgeslagen worden. Rekening houdend met de eigenschappen van de gassen zijn er wettelijke regels voor groepsindeling en de inrichting van de opslagplaats voor gasflessen.

Groepsindeling gassen

De samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen worden ingedeeld in 4 groepen, gebaseerd op hun hoofdkenmerk. De VLAREM II- wetgeving refereert steeds naar die groepen. Het is dus belangrijk ook deze te inventariseren naar type en groep waartoe ze behoren:

  1. Ontvlambare gassen, omvattende:
    1. gassen die alleen ontvlambaar zijn (F): bv. acethyleen, propaan, butaan
    2. ontvlambare giftige (F en T) of ontvlambare schadelijke gassen (F en Xn): bv. koolstofmonoxide (CO), ethyleenoxide (EO)
    3. ontvlambare zeer giftige gassen (F en T+): bv. arsine, fosfine

  2. Giftige gassen, omvattende:
    1. gassen die alleen giftig (T) of schadelijk (Xn) zijn:bv. ammoniak
    2. gassen die alleen zeer giftig (T+) zijn: bv. fosgeen

  3. Oxiderende gassen, omvattende:
    1. gassen die alleen oxiderend zijn (O): bv. zuurstof, lachgas
    2. gassen die ofwel zowel oxiderend als giftig zijn (O en T) ofwel zowel oxiderend en zeer giftig zijn (O en T+): bv. chloor, fluor, stikstofdioxide,..

  4. Andere niet in sub 1° tot en met sub 3° bedoelde gassen: bv. argon, stikstof, helium, krypton, koolstofdioxide (CO²)

In een opslagplaats moet elke groep een aparte zone hebben, rekening houdend met de afstanden die tussen deze groepen gerespecteerd moeten worden.​​​​​​​

Inrichting opslagplaatsen voor gasflessen

  • Als er in een opslagplaats gasflessen uit verschillende gevarengroepen worden gestockeerd, dan dient die opslagplaats verdeeld te worden in verschillende opslagzones, waarbij in elke zone enkel de gassen uit dezelfde gevarengroep mogen worden opgeslagen.
  • Tussen die verschillende opslagzones moeten de minimumafstanden worden gerespecteerd. Bekijk zeker:
  • Als de minimumafstand tussen de groepen gassen nul bedraagt dan mogen deze gassen in eenzelfde opslagzone samen staan.
  • De verschillende opslagzones worden aangegeven door wanden, markeringen op de grond, kettingen of vaste afbakeningen op 1m hoogte.
  • Indien men de veiligheidsafstanden t.o.v. andere gebouwen/opslagplaatsen wil verminderen, kan men een gedeelte van de wanden als veiligheidsscherm uitvoeren.

Veelgestelde vragen: Hoe en waar sla ik gasflessen op?

Moeten lege gasflessen in een opslagplaats?

Ja, lege gasflessen moeten ook binnen hun respectieve opslagzone worden opgeslagen op een hiervoor voorbehouden plaats die duidelijk is aangegeven.

Kan ik gasflessen gewoon onder een afdak zetten?

Nee, een opslagplaats moet afgesloten zijn voor onbevoegden. De gasflessen mogen enkel toegankelijk zijn voor bevoegd personeel.

Waarop moet ik letten bij de aankoop van een open opslagplaats?
  • De bodem moet bestaan uit een weerstandbiedend en ondoordringbaar materiaal
  • De flessen moeten stabiel staan - bvb. betonnen sokkel of andere vlakke bodem.
  • De bodem mag niet lager liggen dan het aangrenzend terrein en er mogen geen openingen noch holten of geulen aanwezig zijn.
  • Het dak (indien aanwezig) moet uit onbrandbaar materiaal gemaakt zijn en mag hoe dan ook slechts voor max. 20 % uit doorschijnend en zelfdovend materiaal bestaan.
  • De wanden bestaan uit onbrandbaar materiaal.​​​​​​​
Mag ik gasleidingen voorzien tot in de opslagplaats?

Nee, in de opslagplaatsen is het verboden 'overtappingsactiviteiten' uit te voeren, anders wordt deze niet aanzien als opslagplaats.
Dus enkel passieve opslag wordt toegelaten.

Deze website maakt gebruik van cookies

Stel hieronder uw voorkeuren in. Meer info vindt u terug in onze privacy policy.